Death Proof
(Grindhouse: Quentin Tarantino's Death Proof)
Regisseur:Quentin Tarantino
Scenario:Quentin Tarantino
Jaar:2007
Taal:Engels
Speeltijd:114 minuten
Cast:Kurt Russell, Zoe Bell, Rosario Dawson, Vanessa Ferlito, Sydney Tamiia Poitier, Rose McGowan, Mary Elizabeth Winstead, Quentin Tarantino, Michael Parks, Eli Roth, Jordan Ladd


Ah, nostalgie... de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw, met drive-ins en grindhouses met dubbele voorstellingen van exploitationfilms, voor een scheet en drie knikkers op derdehands 35mm aan elkaar geschoten en verlijmd op met gaffertape bijeengeplakte Technicolor spullen. Die films bevatten nauwelijks enig verhaal maar wel veel seks, gore en geschmier. De opkomst van de thuisvideo in de jaren '80 luidde de ondergang in van deze 'paracinema', om weer een decennium later definitief helemaal te zijn verdwenen.

Filmmaatjes Quentin Tarantino (Pulp Fiction, Reservoir Dogs, Kill Bill) en Robert Rodriguez (El Mariachi-trilogie, From Dusk Till Dawn, Sin City), grindhousetelgen getuige de talloze refenties en hommages daaraan waarvan beider oeuvre tot dusver is doortrokken, namen het op zich om eens te bezien of de exploitationtijden van weleer voor herleving vatbaar zouden kunnen zijn. En waar Rodriguez' Planet Terror hooguit formeel iets van grindhouse wegheeft, raakt Tarantino veel meer aan hart en wezen ervan. Maar hij laat tegelijk zien waarom deze filmvorm voltooid verleden tijd is. Het verhaal, althans wat daarvan zij en voor zover van belang, betreft het wedervaren van Stuntman Mike (Russell), een psychopaat op jaren die zijn auto - een 1970 Chevrolet Nova en, in het tweede bedrijf, 1969 Dodge Charger - van binnen en buiten zo heeft gemodificeerd dat de berijder ervan zo ongeveer alles kan doorstaan. Hij heeft op zijn belegen dag nog een zwak voor bevallig vrouwelijk schoon, dat hij al stalkend in en met zijn rijdende bunker naar het leven staat.

Death Proof staat bol van inconsistenties, door Tarantino bewust gezocht gegeven het grindhousekader dat het uitgangspunt voor deze film vormde. Hij neemt zeer uitgebreid de tijd voor de introductie van het eerste gezelschap, vier meiden die hipper zijn dan goed voor hen is, aan de kijker voorgelegd door expositie van minutenlange onderlinge, grofgebekte kibbelarijen in de auto. Deze uitvoerige dialogen, hoewel op zichzelf op momenten best humorvol, staan in geen enkel verband met het verdere verloop van de film maar geven evenmin enige achtergrond aan de personages, of anderszins voor het verdere verloop van de film relevante, dramatische context mee. Hierdoor voelen deze langdurige praatscŤnes veeleer aan als een soort ingevoegd cabaret, tenuitvoer gelegd door actrices die toevallig ook nog in andere hoedanigheid in dezelfde film meedoen. Maar waar zoiets in Pulp Fiction tussen Samuel L. Jackson en John Travolta complementair aan de film uitpakte, overspeelt Tarantino hier nadrukkelijk zijn hand en staat het de film meer in de weg dan dat deze daarmee zou zijn gediend. De stelling dat Tarantino een uitgeproken mannenregisseur zou zijn is vaker geponeerd, onder meer in diverse kritieken op Jackie Brown en Kill Bill, en wat daarvan dan ook overigens zij, Death Proof levert aanvullend bewijs daarvoor. Tarantino mag dan een begenadigd scenarist zijn, hij lijkt zich dat te zeer bewust en kritiekloos te denken dat iedere door hem geschreven punt of komma toch wel als vanzelf in filmgoud verandert.

Maar wanneer Stuntman Mike ten tonele verschijnt neemt de film aan intensiteit en in vaart toe, niet in de laatste plaats door Russell's heerlijke vertolking van dit verknipte personage. Het eerste bedrijf wordt afgesloten met een frontale botsing die, zonder enig voorbehoud, nog niet eerder zo bloedstollend in beeld is gebracht - een uitvoerige en gedetailleerde maar dankzij de geniale montage ervan mateloos intense sequentie waarmee Death Proof in de toekomst ongetwijfeld zal blijken filmgeschiedenis te hebben geschreven. James Parks' personage Ranger Earl McGraw levert zowel de verbinding naar Rodriguez' partnerfilm als naar Death Proof's tweede akte, waarin een nieuw vrouwelijk viertal op dezelfde langdradige wijze wordt geÔntroduceerd als met het eerste kwartet gebeurde, en waarmee Stuntman Mike na verloop van geruime tijd wederom zijn kat-en-muisspel, met het wegdek als arena, uitvoert. De herinnering aan de memorabele stijlbreuk in From Dusk Till Dawn, waarbij een roadmovie halverwege pardoes de vampierenhorror inschiet, dringt zich hierbij op. Beide filmbedrijven in Death Proof houden, afgezien van een eensluidende antagonist (Stuntman Mike en zijn dodelijke agenda) en eerdergenoemd bruggetje van Parks, geen enkel verband met elkaar.

Tarantino tart, zoals vaker bij hem, de kijkgewoonten van zijn filmpubliek door zijn film aan het slot van het tweede bedrijf abrupt te beŽindigen met een conclusie die niet voor iedereen even bevredigend zal zijn. Het voornaamste commentaar dat hier vanuit filmkritisch oogpunt op valt te leveren is niet zozeer de verhaalsafwikkeling an sich, ofschoon die bij menigeen wel het nodige gekrab achter de oren zal opleveren, maar vooral de karaktermoord die Tarantino pleegt op zijn antagonist door hem van een weliswaar meedogenloos moorddadige maar niettemin boeiende wegpiraat uiteindelijk te reduceren tot een ellendige huilebalk. De regisseur zal hier zonder twijfel beslist voor hebben gekozen maar ook dit is iets dat, na de ellenlange, spitsvondige maar triviale dialogen waardoor de film toch al moeizaam op stoom kwam, averechts uitpakt. De ongenaakbaarheid waarmee Stuntman Mike aanvankelijk zijn dodelijke waaghalzerij uitvoert verdraagt zich simpelweg niet met diens jankerige kwetsbaarheid aan het einde van de tweede filmakte en had een- of anderzijds een andere uitwerking moeten meekrijgen.

De vraag is natuurlijk of een kritische analyse wel op zijn plaats is wanneer het een grindhouse-, of althans zodanig bedoelde film betreft. Hoofdzaak is daarbij immers dat de kijker aanschuift om zich zonder hoofdbrekerij te wagen aan een goedkoop en gemankeerd schouwspel waarin tieten en bloed de hoofdrol voor zich opeisen en waarvoor drama en techniek slechts dienst doen als katalyserende vehikels. En waar Robert Rodriguez met diens Planet Terror ervan uitgaat dat wat veertig jaar geleden als acceptabel gold anno nu echt niet meer door de beugel kan, neemt Quentin Tarantino de grindhouse van eertijds nog steeds serieus. Niet alleen voorziet hij de film van de geijkte stijlfiguren met vlekken en tikken en laat hij bijvoorbeeld het tweede deel van zijn film in zwartwit beginnen, hij is zich ook terdege bewust van het triviale genregehalte en laat, naar mag worden aangenomen bewust, gapende plotgaten achter. Bovendien geeft hij zijn film een puristische visuele benadering mee en zijn alle stunts en geweld zonder noemenswaardige hulp van de computer daadwerkelijk gefilmd. Aldus bezien slaagt Tarantino in zijn opzet - meer dan Rodriguez - en is Death Proof een heuse postmoderne grindhousefilm in hart en nieren.

Daar komt bij dat de liefhebbers van deze cultregisseur zich doorlopend in de aanwezigheid van diens alom tegenwoordige hand mogen verheugen. Voor wie bereid is de vele, tot vervelens toe uitgesponnen dialogen en het bevreemdende slot voor lief te nemen valt er zat te beleven. Van onmogelijke cameraposities, onder meer uit kofferbakken en van onder motorkappen vandaan, via blote voeten, veelvuldige referenties aan de popcultuur en verwijzingen naar zowel eigen werk als de wegbereiders van deze film (vooral aan de thematisch verwante cultklassieker Vanishing Point), tot aan zestigerjarenmuziek en een eigen cameo, Death Proof is niet alleen een genrefilm maar vooral ook een Tarantinofilm.


Beoordeling: 3.0 (?)
Recensent: Kairo
Links:  IMDB  

Beoordeling bezoekers (9):

Bekijk het stemgedrag

Beoordeel deze film:


Zie ook:Planet Terror (2007)

recensies
over horrorweb