Penny Dreadful
Regisseur:Richard Brandes
Scenario:Richard Brandes, Diane Doniol-Valcroze, Arthur Flam
Jaar:2006
Taal:Engels
Speeltijd:92 minuten
Cast:Rachel Miner, Mimi Rogers, Chad Todhunter, Liz Davies, Tammy Filor, Mickey Jones


De auto. Het is, op een huurbedlade in Tokyo na wellicht, de kleinst denkbare leefruimte van de moderne mens. Aan de claustrofobische potentie daarvan heeft zich al menig filmmaker gewaagd maar al teveel goede horrorfilms heeft dat merkwaardig genoeg nog niet opgeleverd. Steven Spielberg's Duel uit 1971 en John Dahl's Roadkill uit 2001 mochten er wezen, en Robert Harmon's The Hitcher uit 1986 mag zelfs als genreklassieker gelden, maar deze films betroffen toch vooral roadmovies waarbij de auto meer een beschutting biedende arena lijkt dan een beklemmende antagonist. In het B-segment komt men wel films tegen die de claustrofobie van de auto verkennen, zoals Junichi Suzuki's Death Ride (2006), of het Frans-Canadese Dead End (2003), maar dit betreft toch slechts halfgelukte pogingen die de kijker uiteindelijk weinig meer hebben te bieden dan anderhalf uur kijken naar acteurs met grote ogen en halfopen monden in een rijdende auto, hier en daar gegarneerd met een schrikmoment of een lepeltje toneelbloed. Het valt blijkbaar niet mee om iets enerverends tot stand te brengen in een leefruimte die niet groter is dan pakweg drie kubieke meter. De Britse duivelskunstenaar Neil Marshall wist daar echter goed raad mee, al was dat niet in een auto maar wel in daarmee min of meer vergelijkbare omstandigheden, met zijn formidabele The Descent.

Penny Dreadful behandelt de angstige lotgevallen van Penny Deerborn (Miner), een getraumatiseerde jonge vrouw die ooit haar ouders in een verkeersongeval heeft verloren en sindsdien wordt geteisterd door een panische angst voor auto's. Zij biedt haar fobie het hoofd met drogerende middelen en een psychotherapeute (Rogers) die in het kader van Penny's behandeling heeft besloten tot confrontatie. Zodoende zijn de twee met de auto door bergen en bossen onderweg naar de plek waar het voor Penny allemaal mis ging. Onderweg rijden zij een macabere lifter aan, die daar merkwaardig genoeg vrijwel ongeschonden uit vandaan blijkt te komen. Zij bieden hem een lift aan naar een camping, maar als zij hem daar eenmaal hebben afgezet en een lekke band voortzetting van hun tocht in de weg staat, raken zij in een dodelijk kat-en-muisspel met de lifter verzeild.

Hoe simpel het gegeven en uiteindelijk ook de hele film mag zijn, de beoordeling ervan is toch een stuk complexer. De film staat in ieder geval bol van de goede bedoelingen en dat maakt deze sympathiek. Bovendien zijn camerawerk en belichting dik voor elkaar, en levert Rachel Miner een indrukwekkende prestatie door anderhalf uur lang - en zoveel langer als de opnamen zullen hebben geduurd - een tot op het bot doodsbenauwde griet neer te zetten waar de angst doorlopend vanaf druipt. De keerzijde die daaraan onvermijdelijk kleeft is, dat menigeen het gevoel zal krijgen haar eens een flinke draai om de oren te willen geven om haar nu eindelijk eens haar verstand te laten gebruiken in plaats van telkens weer in die verlamde cataclysmen te vervallen. Ik voelde mij althans regelmatig als een TV-coach bij een voetbalwedstrijd.

Maar de enerzijds/anderzijds problemen houden daar niet op. Regisseur Brandes is zich terdege bewust van de dynamische problemen van een set die zich beperkt tot vier stoelen en een stuur, en probeert met veel getemporiseer genoeg headroom in zijn film te creëren voor het geweld dat hij gedoseerd op de kijker loslaat. Dat geweld mag er overigens op zichzelf best wezen, maar de tussenliggende scènes, doortrokken van glooiende pans van een ingeklemde auto en close-ups van een slapende, pillenslikkende, spullen zoekende, plassende, drinkende, etende en tobbende Penny schreeuwen om een strakkere montage. Het beoogde doel is zonder twijfel nobel, maar de gebruikte middelen schieten door. Ook de antagonist in Penny Dreadful lijdt hieronder. Gedurende het grootste deel van de film is hij met zijn verweerde en halfvergane, half achter een grote capuchon verscholen gezicht een prima geslaagde personificatie van het kwaad in de film. Maar als hij zich in de climactische slotconfrontatie ten volle onthult volgt teleurstelling, en blijkt hij weinig meer dan de zoveelste verknipte psychopaat met een variatie op het ooit door Michael Berryman, die overigens een fraaie cameo als pompbediende in deze film aflevert, vertolkte thema. Brandes had hiervoor misschien beter eerst bij Robert Harmon te rade kunnen gaan hoe hij dit met Rutger Hauer zo goed voor elkaar wist te krijgen.

Al met al overheerst na het zien ervan het gevoel dat ergens in Penny Dreadful de eerste echt geslaagde auto-horror schuil moet gaan maar dat deze, in weerwil van de overduidelijke genreliefde en toewijding waarmee deze is gemaakt, maar niet goed voor de dag wil komen. Inmiddels heeft Greg Jacobs met zijn Wind Chill laten zien hoe dat wel moet. Penny Dreadful zal er mede de weg voor hebben bereid.


Beoordeling: 2.5 (?)
Recensent: Kairo
Links:  IMDB  

Beoordeling bezoekers (13):

Bekijk het stemgedrag

Beoordeel deze film:


Zie ook:The Abandoned (2006)
Dark Ride (2006)
The Gravedancers (2005)
The Hamiltons (2006)
Reincarnation (2005)
Unrest (2006)
Wicked Little Things (2006)

recensies
over horrorweb