Bug
Regisseur:William Friedkin
Scenario:Tracy Letts
Jaar:2006
Taal:Engels
Speeltijd:102 minuten
Cast:Lynn Collins, Harry Connick Jr., Ashley Judd, Brian F. O'Byrne, Michael Shannon


De carrière van Billie Friedkin heeft een merkwaardig verloop dat veel gelijkenis vertoont met zijn illustere generatiegenoot Tobe Hooper. Op grote schaal doorgebroken met The French Connection en The Exorcist in de vroege zeventiger jaren, gleed hij na zijn roemruchte flop The Sorcerer langzaam maar zeker weg in de marge van de filmmakerij. Inmiddels de zeventig ruim gepasseerd, is hij allang niet meer sexy genoeg voor de hormonenjagers van Hollywood bij wie 'markt' synoniem is voor 'jeugd'. Waar ooit de hem ter verfilming aangeboden scenario's hoog op zijn bureau lagen opgetast, blijft zijn brievenbus nu leeg. Veroordeeld tot 'independance' moet hij, mocht hij vallen voor de aanvechting weer eens een rolprent te gaan maken, alles zelf maar geregeld zien te krijgen. Toen hij Tracy Letts' toneelstuk Bug las was Friedkin niet meer te houden. Hij moest en zou het verfilmen, zocht contact met Letts en vroeg hem zijn stuk om te bewerken naar een scenario, aan de hand waarvan hij vier miljoen bij elkaar wist te leuren.

Het gelijknamige resultaat is een diepgaande, beklemmende en aangrijpende karakterstudie van twee beschadigde, door achtervolgingswaan geteisterde mensen die net zo in elkaars huid kruipen als de insecten die hen het leven zuur lijken te maken. 'Bug' heeft meer betekenissen dan 'beestje', en Letts en Friedkin behandelen deze allemaal. De film begint in het gekwelde leven van Aggie (Ashley Judd) in een ranzige kamer in een geïsoleerd motel ergens in Letts' thuisstaat Oklahoma. Zuipend en snuivend probeert ze haar trauma's te verwerken, de scheiding van haar gewelddadige en haar nog steeds belagende ex-echtgenoot Jerrie (Harry Connick Jr.) en het verlies van haar in een onbewaakt ogenblik in de wijnafdeling van een supermarkt vermist geraakte zoontje. Haar genegenheid zoekt ze in een lesbische relatie met haar in een bar werkende collega R.C., een bevallige en voloptueuze blondine (Lynn Collins). Deze R.C. introduceert haar aan ene Peter (Michael Shannon), een gesloten, enigszins formele maar vriendelijke man. Na aanvankelijke aarzeling zoeken en vinden Aggie en Peter elkaars toenadering. Hij trekt bij haar in, maar als hun verhouding inniger wordt lijkt hij drager te zijn van gemeen bijtende plantenluizen die ook Aggie gaandeweg het leven zuur maken.

Wie Bug ziet zal ook zonder kennis vooraf al snel vermoeden dat de film op een toneelstuk is gebaseerd. Afgezien van enkele glooiende panorama's van het in een wijdse lege buitenwereld gelegen motel, een scène in de bar waarin Aggie en R.C. werken, en een kennismakingsscène met Aggie en Peter in een belendende speeltuin, speelt de film zich geheel af in de beklemmende beslotenheid van Aggie's motelkamer. Friedkin registreert de steeds bloederiger en gruwelijker wordende gang van zaken met veel geduld en dynamiek op analoge 35mm film, waarmee hij precies de juiste toon meegeeft aan de paranoïde en clasutrofobische sfeer rond de hoofdpersonen Aggie en Peter. Formeel is de film een impressionistische toneelfilm in de trant van Maléfique of Dead Birds, waarin Michael Shannon overigens eveneens schitterde en waarin de bedreiging niet zozeer van buitenaf maar veeleer van binnenuit komt. Maar materieel is Bug een psychologische thriller in de traditie van films als Roman Polanski's Repulsion, David Cronenberg's Videodrome of, vooral, Kim Ki-duk's The Isle waarin geestelijke verminking lichamelijke weerslag krijgt.

Friedkin slaagt er met glans in om de waan van Aggie en Peter te verweven met de objectieve maar lege werkelijkheid daaromheen, verpersoonlijkt in de bij gelegenheid aanwaaiende ex Jerry en het latere bezoek van een maatschappelijk werker. Deze diametriek tussen waan en werkelijkheid werkt vooral zo verontrustend omdat de kijker, ieder voor zich, zijn of haar eigen onvermijdelijke waandrempel heeft. En het is juist de verkenning van die grens waarin Friedkin is geïnteresseerd, en waarbij niet iedereen zich even gemakkelijk zal voelen. Naast de filmarena - Aggie's ranzige en beklemmende hotelkamer is een personage op zichzelf - en Friedkin's geduldige benadering waarmee hij Letts' personages gelegenheid biedt tot volledige ontplooiing, ontleent Bug zijn kracht vooral aan de indrukwekkende acteerprestaties van Ashley Judd en Michael Shannon. Judd is volkomen geloofwaardig als de beschadigde en wanhopige Aggie, die eigenlijk alleen maar een beetje genegenheid in het leven zoekt. Shannon levert een memorabele rol af als de sympathieke en tegelijk bedreigende Peter.

Het is jammer dat distributeur Lionsgate bij de promotie van deze film ervoor heeft gekozen om de indruk te wekken dat Bug een hippe, flitsende terreurfilm met veel ongedierte en een sexy actrice in een geïsoleerd motel zou zijn. Want niets is minder waar. Wie dat zoekt zij verwijzen naar het overigens niet onverdienstelijke Rest Stop. Bug is een gestage psychologische horrorfilm waarin de overigens bevallige Judd in de personage van de verlopen Aggie zo onaantrekkelijk mogelijk wordt gepresenteerd, en die de kijker niet met veel geweld om de oren slaat, maar deze uitnodigt om deel te nemen in de verschrikkingen van twee beschadigde mensen en daarbij de eigen waangrenzen ter discussie te stellen. En de oude Friedkin is erin te prijzen dat hij een vaardige, beklemmende film heeft gemaakt die als een teek onder de huid kruipt om daar voorlopig niet meer weg te gaan.


Beoordeling: 3.5 (?)
Recensent: Kairo
Links:  IMDB  

Beoordeling bezoekers (11):

Bekijk het stemgedrag

Beoordeel deze film:


recensies
over horrorweb