Bestel de DVD bij ...
Koop Zombie bij bol.com
Zombie
(Zombi 2)
Genre:Zombies
Regisseur:Lucio Fulci
Scenario:Elisa Briganti, Dardano Sacchetti
Jaar:1979
Taal:Engels, Italiaans (dubbed)
Speeltijd:91 minuten
Cast:Tisa Farrow, Ian McCulloch, Richard Johnson, Al Cliver (Pierluigi Conti), Auretta Gay, Olga Karlatos


Wie de moderne zombiefilm uitsluitend definieert vanuit het baanbrekende werk van George A. Romero ziet een paar belangrijke zaken over het hoofd.

Een rake openingszin is misschien aardig meegenomen, maar dit lijkt op vloeken in de kerk. Maar hoe meesterlijk Romero's films ook zijn, hij staat niet als enige aan de basis van het unieke zombiesubgenre. Natuurlijk zijn er de klassiekers waarmee het allemaal begon, zoals White Zombie, I Walked With A Zombie en The Plague of the Zombies, en dient volstrekt niets af te worden gedaan aan de betekenis van Night of the Living Dead en Dawn of the Dead. Romero liet met zijn zombies de voodoo-oorsprong los en connoteerde de consumptiemaatschappij er kritisch mee door kannibalen van hen te maken. Onder diens meesterlijke regie bleek dit ook nog eens bloedstollende horrorfilms op te leveren. De Italiaanse inbreng wordt daarbij beschouwd als, weliswaar soms geslaagde, schaamteloos plagiërende meelifterij op het succes van Romero's films. En hoewel hier wel degelijk het een en ander voor te zeggen valt, doet men hiermee Lucio Fulci's meesterlijke en niet minder baanbrekende Zombie bepaald tekort.

Alvorens op de film in te gaan is het misschien goed om deze eerst te demystificeren. Dawn of the Dead kwam in 1978 in Italië in een door producent Dario Argento gemonteerde versie op de markt onder de titel Zombi. De film deed het redelijk maar niet overdonderend goed in de bioscopen. Filmschrijvers Briganti en Sacchetti hadden hun scenario voor Zombie al klaar voordat Dawn of the Dead uitkwam. Producent Fabrizio De Angelis wist $ 750.000 ervoor bijeen te krijgen en Fulci kon met zijn crew en cast naar New York en de Dominicaanse Republiek om de film te gaan opnemen. Toen de inserts ook af waren en Vincenzo Tomassi de montage had voltooid, kwam co-producent Ugo Tucci op het lumineuze idee om de film onder de titel Zombi 2 op de Italiaanse markt uit te brengen als ware het de opvolger van Dawn of the Dead.

Vergeleken met Romero's roemruchte zombiefilms zijn er enkele overeenkomsten waarvan de oorspronkelijkheid beslist aan de Amerikaanse grootmeester toekomt. Ten eerste lijken Fulci's zombies dezelfde schuifelende kannibalen als die waaraan Romero het publiek in 1968 al voor het eerst aan bloot stelde. Ten tweede vormen de zombies de context van een apocalyps van globale proporties. Ten derde verschansen zich mensen in een gammele houten optrekje tegen zombies. En tenslotte zou Zombie zonder Dawn of the Dead waarschijnlijk nooit het succes hebben gehad dat het ten deel zou blijken te vallen, mede dankzij Tucci's schaamteloze marktverknoping want zo werken die dingen nu eenmaal meestal. Maar daarmee zijn alle causale afleidingen van Romero's monumentale zombiefilms wel behandeld. De verschillen zijn veel talrijker en bovendien aanmerkelijk fundamenteler dan de overeenkomsten.

Een boot dobbert onbestuurd en onbemand rond in de buurt van Liberty Island in de haven van New York, en wordt bijna geramd door een veerpont. De waterpolitie merkt het op en gaat op onderzoek uit, maar de agenten worden daarbij onaangenaam verrast door een bijtgrage verstekeling op de boot die na enkele rake pistoolschoten in de woelige havenwateren verdwijnt. De eigenaar van de boot blijkt een op de Antillen vermist geraakte anthropoloog, wiens dochter Anne (Tisa Farrow) in New York woont en erachter wil zien te komen wat er met haar vader is gebeurd. Ze krijgt daarbij hulp van verslaggever Peter West (Ian McCulloch) die, getipt door de politie, een nieuwsonderzoek naar het curieuze voorval op de boot op touw zet. Aan de hand van een door Anne's vader op de boot achtergelaten brief vertrekken ze samen naar het Antilliaanse eilandje Matool, waar de vermiste anthropoloog zich volgens de brief het laatst bevond. Het eilandje blijkt niet makkelijk bereikbaar, maar ze krijgen een vaarlift van de vakantievierende Brian (de integraal nagesynchroniseerde Pierluigi Conti alias Al Cliver, die na deze film zijn carrière zag stranden wegens zijn gebrekkige dictie) en Susan (Auretta Gay, die doodsangsten uitstond tijdens de duikopnamen omdat zij niet kon zwemmen) en ze weten na wat omzwervingen en tegenslagen uiteindelijk op Matool terecht te komen. Ze hebben echter onderweg wel panne aan de stuurinrichting van hun boot opgelopen en de door hen afgevuurde lichtkogels worden opgemerkt door de staf van dokter Menard (de dramatisch geschoolde Brit Richard Johnson, die in 2001 nog een cameo kreeg in Lara Croft: Tomb Raider). Menard blijkt een collega van Anne's vader, een arts die wetenschappelijk onderzoek probeert te doen naar een merkwaardig en vooralsnog onverklaarbaar verschijnsel: de doden komen kort na hun verscheiden weer tot leven.

De ouverture van de film is grimmig en typisch Fulci, met een op een standrechtelijke executie lijkende scène door een met tegenlicht onherkenbaar in beeld gebrachte man die met zijn pistool iemand die in witte lakens is gehuld pardoes door het hoofd knalt. Fulci zou Fulci niet zijn als hij dit voorval niet en détail aan de kijker voorlegt, maar hij vervolgt zijn film zonder verdere uiteenzetting op een aanmerkelijk luchtiger toon, met slapstickscènes rond politieagenten die zo uit een aflevering après-la-lettre van Keystone Cops konden zijn gewandeld. Het blijkt een slimme en verraderlijke truc van de sluwe technicus Lucio Fulci, een zorgvuldig in kolder gecamoufleerde valstrik voor de kijker, die de opmaat blijkt naar de vele bloedstollende gruwelen die zullen volgen. Hij neemt wat, maar niet alteveel, tijd voor de introductie van zijn hoofdpersonen, waarbij hij hun dramatische conflict eenvoudig houdt en in ruwe contrasten helder schetst zonder veel aandacht voor karakters of achtergronden. Dat laatste blijkt ook helemaal niet nodig. Tisa Farrow en Ian McCulloch leveren weliswaar bij lange na geen Oscarwaardige rollen af, maar weten hun personages niettemin voldoende sympathie mee te geven om de kijker met zich mee te voeren in hun nachtmerrie, die zo krachtig en indringend blijkt dat zij niet veel meer hoeven te doen dan daarin te figureren.

Zombie laat de luchtige toonzetting voorgoed achter zich als de hoofdpersonen Matool eenmaal bereikt hebben. Het is een principieel kantelpunt in de film, waarbij Fulci vrij plotseling maar op niettemin vloeiende wijze soepel het vuurtje onder zijn film flink opstookt. Grappen, grollen en geschmier zijn na een half uur voorgoed voorbij en de film ligt subiet op stoom -- en op een bewust gezochte ramkoers met het incasseringsvermogen van de kijker. Het inmiddels van iedere communicatie of hulp verstoken en van zombies vergeven eiland blijkt een filmarena waarin Fulci zich als een vis in het water voelt. De gestaag oprukkende zombies bevinden zich op de ene helft van Matool terwijl de hoofdpersonen hun problemen (kapotte boot, Anne's vader, het hoe en waarom van de zombies) op de andere helft van het eiland proberen op te lossen. Fulci weet de beklemmende dreiging in zijn film hier tot verstikkende en memorabele hoogte op te voeren, waarna hij de opgebouwde spanning op niet minder memorabele wijze ontlaadt in een inmiddels legendarische belegering door zombies van Menard's gammele veldkliniek en de zich daarin verschansende hoofdpersonen.

De film is doortrokken van geniale ideeën en regiemomenten, die geen briljante of verrassende verhaalwendingen opleveren maar in hun cinematografische uitwerking onverminderd baanbrekend en uniek zijn en na meer dan 25 jaar amper iets aan kracht hebben ingeboet. Zo is er het fameuze onderwatergevecht tussen de haai en de zombie, waarbij Fulci niet alleen een fraai saluut geeft aan Stephen Spielberg's Jaws maar dat, hoewel niet geheel vlekkeloos en overigens in Mexico opgenomen en niet door Fulci zelf geregisseerd, alleen al in zijn excessieve absurditeit een gedenkwaardige filmscène is. Zombie is voorts natuurlijk de film van de roemruchte 'eyeball gag', waarbij Olga Karlatos als de van angst buiten zinnen geraakte echtgenote van dokter Menard door een zombie met haar hoofd door een houtsplinter wordt getrokken. Het is een complexe scène waarin Fulci zijn perfecte technische en dynamische beheersing demonstreert met zijn vlijmscherpe regie, waarbij hij met een subliem gevoel voor timing werkelijk alles goed doet. Menigeen zal zich bij het zien ervan onbewust in het rechteroog wrijven. Maar niet alle regiebeslissingen van Fulci zijn even raak omdat hij in zijn tomeloze enthousiasme hier en daar zijn hand wat overspeelt. Zo loopt hij langs de randen van het inlevingsvermogen van de kijker wanneer hij de wederopstaande zombies van POV-shots voorziet, waarbij het zichtvermogen van de in verregaande staat van ontbinding verkerende zombies zich onmogelijk laat inbeelden.

Fulci's film dankt zijn gedenkwaardigheid voorts in niet geringe mate aan de voor die tijd onovertroffen en zijn morbiditeit geniale inbreng van zijn speciale-effectenmeester Giannetto De Rossi. Waren de ondoden van Tom Savini in Dawn of the Dead een pendant van de consument, karig geschminkt met bleek poeder dat op film onbedoeld een blauwachtige zweem kreeg -- reden waarom de fijnzinnige Dario Argento in zijn montage van die film bijna alle kleur eruit trok en alleen de hoofdtonen handhaafde, de zombies van De Rossi stinken bijna door het scherm heen en laten zowel in technisch opzicht als in gore en pure horror het schuifelende winkelpubliek van Savini hun hielen zien. De rottende schuifelaars van De Rossi zouden beeldbepalend blijken voor vrijwel alle zombiefilms die, tot de dag van vandaag, zouden volgen.

De zombies van Fulci zijn geen quasi-consumenten of andere metaforen. Fulci levert in zijn film geen maatschappelijke kritiek of anderszins diepzinnige beeldspraak. Hij bedoelt niets meer te doen dan een spannende avonturenfilm te bieden waarin hij aan de hand van een simpel verhaal zijn visuele fantasie de vrije loop heeft gelaten om zijn kijkers zoveel mogelijk te laten huiveren. En hoewel de invloeden van Romero's films in Zombie onmiskenbaar zijn, wortelt Fulci zijn film vooral in de tradities van de zombieklassiekers van weleer. Zo suggereert hij bijvoorbeeld een overigens authentiek verband tussen zombies en voodoo waarmee hij nadrukkelijk afstand neemt van Romero's idee dat zijn ondoden door straling tot leven zouden kunnen zijn gewekt, en situeert hij zijn film net als White Zombie en I Walked With A Zombie op een tropisch eiland.

Weleens wordt beweerd dat als Fulci in Zombie over de vaste en zelfverzekerde hand had beschikt waarvan hij in The Beyond blijk gaf, hij door de hele horrorgemeenschap moeiteloos op hetzelfde voetstuk als Romero zou zijn geplaatst. Wat daarvan zij, hij heeft met Zombie een volstrekt eigenstandig meesterwerk afgeleverd dat niet op goede gemene gronden met Dawn of the Dead kan worden vergeleken, maar in betekenis en wegbereiding van en voor het genre daar geenszins voor onderdoet.


Beoordeling: 4.0 (?)
Recensent: Kairo
Links:  IMDB  

Beoordeling bezoekers (32):

Bekijk het stemgedrag

Beoordeel deze film:


recensies
over horrorweb